Columns

Columns

Column :: Beste Bert

Beste Bert Anciaux,

We weten allemaal dat u een hyperactieve geest bent en barst van de fabuleuze ideeën.

De dag dat ik mijn krant opensla en er staat geen Briljant Plan van uw hand in te lezen, zou ik me ernstig zorgen beginnen te maken over de toekomst van het Vlaamse land waarover u, in uw hoedanigheid van minister van Cultuur, waakt. Streng doch rechtvaardig.

De riante beloning die u hebt uitgeschreven voor het terugvinden van het verdwenen paneel van het Lam Gods heeft mij geïnspireerd tot een intensieve speurtocht op kelder en op zolder, evenwel zonder vruchtbaar resultaat. Niet getreurd evenwel, sinds ik kennis heb genomen van uw initiatieven om in de cultuur van de armen te investeren, is mijn humeur er met rasse schreden op vooruitgegaan. Langs deze weg zou ik u dan ook gaarne enige gratis adviezen willen verstrekken omtrent de cultuurbeleving waaraan wij arme mensen deel zouden wensen te nemen.

Het door u geuite idee om de armen te verzamelen rond grote kampvuren op straten en pleinen, alwaar ze samen kampvuurliederen zouden zingen zonder enige verplichting tot consumptie is niet onaardig, maar het mist coherentie.

Wij armen, mijnheer de minister, zijn immers niet allemaal chiroleider geweest in onze jeugd, zoals uzelf, en onze kennis van kampvuurliederen is dan ook vrij beperkt. Het siert u dat u ons niet verplicht tot enige consumptie als wij armen daar in de bijtende koude rond een gesubsidieerde brandstapel staan geschaard, eendrachtig uit volle borst Vlaamse liederen zingend, maar een natje en een droogje gaan er bij ons bij tijd en wijlen ook wel in. Wat dacht u van glühwein en scampi's, die schijnen dezer dagen voor een prikje te koop te zijn.

Als het aan u ligt dan kunnen wij armen binnenkort voor een sterk gereduceerde prijs naar de optredens van Clouseau in het Sportpaleis gaan zien. Welke raadgever heeft u ingefluisterd dat alle arme mensen van Clouseau houden?

Ikzelf heb een bloedhekel aan dat kutgroepje, en al stak u me honderd euro extra toe, ik zou er nog niet aan denken om mijn oren twee uur lang bloot te stellen aan die Vlaamse muzakkakkers. En zouden de gebroeders Wauters het zelf graag horen dat u hen indeelt bij de cultuur van de armen? Volgens mij zijn het eerder frigide burgertrutten van middelbare leeftijd die kwijlen op soortgelijke melige Vlaamse verkavelingsromantiek en die hebben geld genoeg.

Ik wil evenwel niet klagen, mijnheer de minister, straks gaat u denken dat wij armen ondankbare verzuurde sujetten zijn die de uitgestoken hand van hun milde weldoener weigeren. Ik weet mijnheer de minister, dat u een groot liefhebber bent van de Nederlandstalige letteren. Ik las in mijn krant dat De Nachten van Gerard Reve uw favoriete boek is. Zelf heb ik De Avonden en alle andere titels van de betreurde Reve met plezier gelezen, mijnheer de minister, alleen de Nachten is mij onbekend. Ik suggereer dat u mij met de kerst een boekenbon cadeau doet zodat ik dit meesterwerk, het moet wel zo zijn als u zelve het aanprijst, kan aanschaffen in de betere boekhandel.

Waarvoor dank.

Ik zie u elke week, met een roodzwarte sjaal, gebreid door ons Damienne, door weer en wind, op de tribunes in Molenbeek uw geprefereerde voetbalploeg FC Brussels aanmoedigen. Afgezien van de vraag of het een Vlaams-nationalist betaamt om voor een Brusselse ploeg met een Engelse naam te supporteren, vraag ik me af u voor ons armen ook geen kaartjes voor het voetbal zou kunnen regelen? Betonboer en voorzitter van FC Brussels Johan Vermeersch is toch een goede copain van u? Dat kan toch geen probleem geven?

Naar Brussels komt anders toch geen kat kijken, tenzij op uitnodiging, en we zouden daar hoog in de tribunes ook wel gezellig een vuurtje kunnen stoken en onze strijdliederen ten gehore kunnen brengen. Een hot dog tijdens de rust, naar aloude Bourgondische culturele traditie, zou er ook wel in gaan.

Ik dank u voor uw aandacht. Leve de Cultuur van de Armen!

Lieven Deflandre
Rabot Gent 10.12.2006

 

Column :: Ciao Pluto

Soms kan ik het allemaal niet meer zo goed volgen. Soms heb ik de indruk dat wat ik dagelijks lees, hoor en zie in de media niet strookt met mijn eigen perceptie. Soms heb ik het gevoel dat ze er ferm mee aan het rammelen zijn.

Neem nu dat wetenschappelijk congres een paar maanden geleden. Een aantal sterrenkundigen komt gezellig bijeen om de stand der zaken in het heelal aan een tussentijdse evaluatie te onderwerpen.

'Heeft er iemand van jullie onlangs een nieuwe ster ontdekt?', vraagt de moderator. Stilte in de zaal. Niet dus. Jammer. Laptops dichtklappen, hapje eten, slokje nemen, beetje keuvelen over de Melkweg en terug naar moeder de vrouw, zou ik dan denken.

Maar dat is zonder de bijdehandse bolleboos gerekend die opveert en met luide stem verkondigt: 'Dames en heren, waarde collega's, ik stel voor dat we de planeet Pluto afschaffen, Pluto is zo belachelijk petieterig klein dat ze de naam planeet niet meer waardig is. Weg met Pluto!'.

Ik zou denken, zo'n uitslovertje dat een beetje gratuite aandacht zoekt, zal door zijn eminente collega's worden weggehoond, wellicht met pek en veren worden ingesmeerd en manu militari uit de aula gebonjourd. Niet dus. Er wordt gestemd en het voorstel om Pluto uit de eredivisie der planeten te degraderen wordt goedschiks aangenomen. Ciao Pluto. De kleintjes mogen niet meer meespelen. Als deze trend zich ook in de politiek doorzet mag mevrouw Vera Dua zich zorgen gaan maken.

Hetzelfde gevoel overvalt me mutas mutandi als ik de mediacommentaren over de gemeenteraadsverkiezingen lees en hoor. Ik heb het gevoel dat ik in het ootje word genomen. Hoewel de cijfers het tegendeel beweren, hebben de welwillende perscommentatoren besloten dat het VB de verkiezingen heeft verloren. Meer nog, het einde van extreem rechts is nabij, de democratie is gered, het paradijs ligt aan ons propere voeten. Stil maar wacht maar, alles wordt nieuw...

In 2000 stemde één op drie Antwerpenaren op het VB en werd terecht gewag maakt van een Zwarte Zondag. In 2006 stemt nog altijd één op drie op extreem rechts in Antwerpen en wat zie ik? Bekende en Beschonken Vlamingen vallen elkaar ontroerd om de hals, er wordt euforisch gedaan over het Einde van een Donker Tijdperk, over het Stalingrad van Dewinter, Patrick Janssens wordt net niet op een schild gehesen en in triomf over de Grote Markt gedragen.

Hoe graag ik ook vrolijk mee zou willen huppelen in de polonaise van het Grote Zegevieren, en wie mijn viscerale afkeur kent voor gouwleider Dewinter en zijn keurtroepen: volgaarne, maar ik kan onmogelijk tevreden zijn met een dode mus.

Het doet me genoegen dat de opmars van het VB in Vlaanderens grootste stad voorlopig lijkt gestopt en met nog meer plezier constateer ik dat het VB in mijn stad Gent klappen krijgt (een platgereden duif die al drie weken tegen het wegdek plakt, straalt nog altijd meer charisma uit dan de tragikomische Gentse lijstduwer van het VB, het is niet meer logisch dat het VB hier keldert), maar als men het volledige plaatje bekijkt dan is er weinig reden tot triomfalisme. In het Diepe Vlaanderen is het Zwarte Beest nog lang niet getemd, integendeel, het lijkt nu pas echt wakker te worden.

Het is niet de taak van de media om aan wishfull thinking te doen. Het is niet de taak van de media om kritiekloos de standpunten van de partijbureaus over te nemen, ongeacht hun democratisch gehalte. Het is de taak van de media om feiten en cijfers te analyseren, te ontleden, oorzaak van gevolg te scheiden.

De vergelijking is wellicht enigszins overtrokken, maar ik kan ze niet laten liggen.

In 1932 was de ster van Hitler en zijn nazi's in Duitsland overduidelijk aan het tanen. Na drie jaar ononderbroken succes verloor de Führer in één klap twee miljoen kiezers bij de verkiezingen. De ernstige, burgerlijke kranten die de man nooit echt serieus hadden genomen, voorspelden dat de Oostenrijkse malloot weldra zou worden bijgezet als een bizar en hilarisch fait divers in de rand van de geschiedenis. De rest van het verhaal is minder hilarisch en zal u wellicht niet onbekend zijn...

Ik stel voor om de fiere, van oudsher rebelse en dwarse stad Gent uit te roepen tot een onafhankelijke stadstaat. Laat de barbaren maar komen, bij ons komen ze er niet in!

No pasaran.

Lieven Deflandre

 

Column :: Duifke lacht

Minister van Welzijn Inge Vervotte heeft een plan. Ze wil het zelfmoordcijfer in Vlaanderen, dat het hoogste is ter wereld, met acht procent reduceren. Voetballen kunnen we niet, maar in het plegen van zelfmoord behoren wij Vlamingen tot de absolute wereldtop. Zelfmoord is de voornaamste doodsoorzaak bij twintigers, dertigers en mannelijke veertigers.

Acht procent, het is een bescheiden getal, maar alle kleine beetjes helpen. De minister wil dit doen via preventieve maatregelen. Dat lijkt me een logische redenering, de zelfdoders onverwijld weer tot leven wekken is zelfs voor een minister van christen-democratische signatuur een schier onmogelijke opdracht.

Dus moeten er nog meer meldpunten komen op het vlak van de geestelijke gezondheidszorg en dringt nog meer psychiatrische hulp zich op. Nog meer psychiatrische hulp? Ook inzake psychiatrische opnames is België de absolute wereldrecordhouder. Vijf procent van de Belgen is al een of meer keer in een psychiatrische opstelling opgenomen omwille van psychologische of emotionele problemen. Dat is vijf keer meer dan de gemiddelde EU-burger.

Zijn wij dan vijf keer zotter dan onze Franse, Duitse of Nederlandse buren? Niet dus.

In geen enkel land in Europa is de psychiatrische zorg zo toegankelijk en zijn er zoveel psychiatrische ziekenbedden als in dit tochtgat aan de Noordzee. En zou het niet bijzonder jammer zijn en economisch onrendabel om die capaciteit en die investeringen in infrastructuur niet maximaal te benutten?

Minister Vermotte heeft nog meer troefkaarten in haar hoge hoed zitten. Ze wil spoorwegen, bruggen, flatgebouwen en dergelijke beter beveiligen ten einde potentiƫle zelfdoders af te schrikken.

Dat noem ik nu eens een sterk staaltje van voluntaristische beleidsvoering, maar het gaat niet ver genoeg. Waarom de verkoop van touwen en appelmoes niet wettelijk aan banden leggen, en de zee droogleggen? Appelmoes wordt door pillenslikkers namelijk gebruikt om een fond te leggen in de maag tegen het braken.

Er moet onverwijld onderhandeld worden met de Franse autoriteiten om de rotsen van Cape Gris Nez in Pas-de-Calais te dynamiteren want dat is de favoriete zelfmoordbestemming van de zelfmoordenaars aller landen. De Yzertoren zou ik er één moeite bij nemen.

Wij Vlamingen zijn niet alleen zelfmoordkampioenen, ook in het slikken van medicatie kan geen enkel volk aan ons tippen.

Vindt u dat niet een beetje paradoxaal mevrouw de minister? We zitten massaal aan de antidepressiva en andere gelukspilletjes en toch plegen we zelfmoord in hetzelfde tempo als de konijnen kweken? Zou het niet kunnen dat we ons beter eerst zouden buigen over de dieperliggende oorzaken van de onthutsende zelfmoordcijfers in plaats van de Broeders van Liefde en de apothekers nog wat rijker te maken?

Ik zeg zo maar iets, misschien hebben sommige mensen wel een reden om bewust een finaal punt te zetten achter hun bestaan? Misschien is de actieve welvaartsstaat wel niet voor iedereen het summum van gelukzaligheid.

Ik geloof best dat je de prestaties van wedstrijdduiven met acht procent kunt opfokken, door hen krachtvoer toe te dienen, maar u bent minister van welzijn, niet van de duivensport.

Hooghachtend,

Lieven Deflandre

 

Column :: Een open stad

Een open stad, een levende stad, een zachte stad, een organische stad

Mijn ideale stad ziet eruit als een spin in een gigantisch spinnenweb, alles is met elkaar verbonden via een ingenieus netwerk van ragfijne draden, in het midden van het web bevindt zich de kop van de spin, het historische stadscentrum.

Het is belangrijk dat de spinnenkop, het culturele, economische en bestuurlijke centrum, gevoed en gekoesterd wordt. Maar als de spinnenkop overvoed is, zakt de spin door haar poten. De poten van de spin zijn de omliggende wijken: de Muide, de Brugse Poort, de Dampoort, het Rabot... En daar knelt juist het schoentje. De poten van de stad vertonen tekenen van metaalmoeheid, ze dateren uit de 19-eeuw en vroege 20ste eeuw en zijn onvoldoende aangepast aan de noden en behoeftes van de eenentwintigste eeuw.

Projecten als Zuurstof voor de Brugse Poort en Bruggen naar Rabot zijn een stapje in de goede richting, maar zijn helaas ontoereikend om de verkommering van deze verwaarloosde buurten tegen te gaan. Enig haastig oplapwerk volstaat niet om de verpauperde wijken nieuw leven in te blazen.

De kop van de spin blaakt van gezondheid en ziet er stralend uit, de volgende legislaturen zullen zich in de eerste plaats moeten buigen over de poten, de verloederde buitenwijken van de stad. Dit vereist een visie op langere termijn, een visie die verder gaat dat de waan van de dag. Helaas stel ik vast dat het de meeste politici aan een coherente visie ontbreekt, dat is de donkere kant van onze emocratie: politici willen in de eerste plaats scoren, behagen en zieltjes winnen met geestige filmpjes op het internet, leuke affiches en gevatte oneliners. Als deze bedenkelijke trend zich voorzet zullen in de toekomst alleen nog fotomodellen en stand up comedians op verkiesbare plaatsen terechtkomen.

Om de suburbs opnieuw gezond, leefbaar en aantrekkelijk te maken, om de groeiende dualiteit tussen het rijke centrum en de arme achterbuurten ongedaan te maken zijn structurele en planmatige maatregelen vereist. Op het vlak van woonbeleid schiet de vrije markteconomie hopeloos te kort. De prijzen voor huur- en koopwoningen in Gent zijn de jongste jaren buitenissig gestegen.

Ik stel vast dat de huisjesmelkers niet echt wakker liggen van de huidige stadsvernieuwingsprojecten als Bruggen naar Rabot. Als hun panden onbewoonbaar worden verklaard of ze tot renovatiewerken worden verplicht dan hangen ze vlug een bordje voor het raam: TE KOOP. De oorspronkelijke bewoners komen op straat te staan en de verkrotte huisjes worden opgekocht door vastgoedspeculanten of kapitaalkrachtige particulieren. Op die manier wordt de armlastige bevolking uit het stadsbeeld weggezuiverd. Sushi-socialisme in plaats van biefstukkensocialisme.

Het recht op menswaardig wonen is een fundamenteel mensenrecht dat geldt voor iedereen: autochtonen en allochtonen, mensen met en zonder papieren, gezinnen en alleenstaanden, nieuwe Belgen en oude Belgen, ongeacht de taal die ze spreken. Als de kennis van het Nederlands een criterium wordt om aanspraak te kunnen maken op een sociale woning dan komen we gevaarlijk dicht in de buurt van 'schild en vriend' en andere ranzige bloed en bodem-theorieën.

Veel mensen zijn zonder woning en toch zijn er talrijke woningen zonder mensen in de achtergestelde buurten.

Het moet de eerste prioriteit zijn van de volgende beleidsploegen om de leegstaande en verkrotte panden te renoveren. Nieuwbouw in de vorm van sociale woningen is een noodzakelijk kwaad om de woningnood op te lossen, maar dit moet gebeuren in samenspraak met de bewoners van de betreffende wijken zodat de ziel van de buurt niet verloren gaat. Troosteloze woonkazernes en grijze, monotone bijenkorven zoals de beruchte Twin Towers in het Rabot zijn een aanslag op de menselijke waardigheid en zijn een van de voornaamste oorzaken van het groeiende onveiligheidsgevoel en de verzuring. Als men mensen gaat ophokken als ratten, gaan ze zich ook navenant gedragen. Gent heeft geen nood aan megalomane, geldzuchtige projectontwikkelaars, maar aan visionaire architecten die voeling hebben met de noden en wensen van de 21ste eeuwse stadsbewoner.

Mijn stad moet open zijn, organisch, zacht, warm en vrouwelijk. Vanzelfsprekend ook verdraagzaam, verdraagzaamheid mag evenwel geen doel op zich zijn, maar eerder een tussenstop naar de interculturele melting pot die, tot spijt van wie het benijdt, over enkele generaties zal ontstaan. Verdraagzaamheid is een negatief geladen begrip, het betekent dat we elkanders aanwezigheid wel verdragen, maar dat we naast elkaar blijven leven.

Mijn wijk, het Rabot, is de laatste jaren geëvolueerd naar een vrij verdraagzame, multiculturele wijk. De verzuringsgraad is er merkelijk afgenomen omdat de xenofobe, misnoegde, oude Belgen die zich niet konden verzoenen met de lijfelijke nabijheid van anderskleurigen en andersdenkenden haast allemaal zijn uitgeweken naar blanke buurten. Hun plaats werd ingenomen door jonge mensen, studenten en gezinnen die er bewust voor gekozen hebben om in een multiculturele buurt te komen wonen.

Maar de weg is nog lang. Tussen elkaar verdragen en met elkaar leven gaapt een diepe kloof. De Bulgaren hebben hun Bulgaarse cafés, de Turken treffen elkaar in hun Turkse theehuizen en de Belgen in hun Belgische frietkoten. De wederzijdse drempelvrees is en blijft groot. Het zal nog een generatie of twee duren vooraleer de kloof tussen de culturen en rassen gedicht is.

Kinderen van diverse nationaliteiten die nu zes, zeven jaar zijn, op een gemengde school zitten, samen spelen, met elkaar opgroeien, maken geen onderscheid tussen autochtoon en allochtoon. De genetische vooroordelen en de achterdocht tegen 'de vreemdeling' die er bij mijn generatie en bij de vorige generaties zit ingebakken, zijn hen totaal vreemd.

Zij zijn onze hoop voor de toekomst.

Lieven Deflandre