Victoria Deluxe

Victoria Deluxe
Column :: Een open stad

 

Een open stad, een levende stad, een zachte stad, een organische stad

Mijn ideale stad ziet eruit als een spin in een gigantisch spinnenweb, alles is met elkaar verbonden via een ingenieus netwerk van ragfijne draden, in het midden van het web bevindt zich de kop van de spin, het historische stadscentrum.

Het is belangrijk dat de spinnenkop, het culturele, economische en bestuurlijke centrum, gevoed en gekoesterd wordt. Maar als de spinnenkop overvoed is, zakt de spin door haar poten. De poten van de spin zijn de omliggende wijken: de Muide, de Brugse Poort, de Dampoort, het Rabot... En daar knelt juist het schoentje. De poten van de stad vertonen tekenen van metaalmoeheid, ze dateren uit de 19-eeuw en vroege 20ste eeuw en zijn onvoldoende aangepast aan de noden en behoeftes van de eenentwintigste eeuw.

Projecten als Zuurstof voor de Brugse Poort en Bruggen naar Rabot zijn een stapje in de goede richting, maar zijn helaas ontoereikend om de verkommering van deze verwaarloosde buurten tegen te gaan. Enig haastig oplapwerk volstaat niet om de verpauperde wijken nieuw leven in te blazen.

De kop van de spin blaakt van gezondheid en ziet er stralend uit, de volgende legislaturen zullen zich in de eerste plaats moeten buigen over de poten, de verloederde buitenwijken van de stad. Dit vereist een visie op langere termijn, een visie die verder gaat dat de waan van de dag. Helaas stel ik vast dat het de meeste politici aan een coherente visie ontbreekt, dat is de donkere kant van onze emocratie: politici willen in de eerste plaats scoren, behagen en zieltjes winnen met geestige filmpjes op het internet, leuke affiches en gevatte oneliners. Als deze bedenkelijke trend zich voorzet zullen in de toekomst alleen nog fotomodellen en stand up comedians op verkiesbare plaatsen terechtkomen.

Om de suburbs opnieuw gezond, leefbaar en aantrekkelijk te maken, om de groeiende dualiteit tussen het rijke centrum en de arme achterbuurten ongedaan te maken zijn structurele en planmatige maatregelen vereist. Op het vlak van woonbeleid schiet de vrije markteconomie hopeloos te kort. De prijzen voor huur- en koopwoningen in Gent zijn de jongste jaren buitenissig gestegen.

Ik stel vast dat de huisjesmelkers niet echt wakker liggen van de huidige stadsvernieuwingsprojecten als Bruggen naar Rabot. Als hun panden onbewoonbaar worden verklaard of ze tot renovatiewerken worden verplicht dan hangen ze vlug een bordje voor het raam: TE KOOP. De oorspronkelijke bewoners komen op straat te staan en de verkrotte huisjes worden opgekocht door vastgoedspeculanten of kapitaalkrachtige particulieren. Op die manier wordt de armlastige bevolking uit het stadsbeeld weggezuiverd. Sushi-socialisme in plaats van biefstukkensocialisme.

Het recht op menswaardig wonen is een fundamenteel mensenrecht dat geldt voor iedereen: autochtonen en allochtonen, mensen met en zonder papieren, gezinnen en alleenstaanden, nieuwe Belgen en oude Belgen, ongeacht de taal die ze spreken. Als de kennis van het Nederlands een criterium wordt om aanspraak te kunnen maken op een sociale woning dan komen we gevaarlijk dicht in de buurt van 'schild en vriend' en andere ranzige bloed en bodem-theorieën.

Veel mensen zijn zonder woning en toch zijn er talrijke woningen zonder mensen in de achtergestelde buurten.

Het moet de eerste prioriteit zijn van de volgende beleidsploegen om de leegstaande en verkrotte panden te renoveren. Nieuwbouw in de vorm van sociale woningen is een noodzakelijk kwaad om de woningnood op te lossen, maar dit moet gebeuren in samenspraak met de bewoners van de betreffende wijken zodat de ziel van de buurt niet verloren gaat. Troosteloze woonkazernes en grijze, monotone bijenkorven zoals de beruchte Twin Towers in het Rabot zijn een aanslag op de menselijke waardigheid en zijn een van de voornaamste oorzaken van het groeiende onveiligheidsgevoel en de verzuring. Als men mensen gaat ophokken als ratten, gaan ze zich ook navenant gedragen. Gent heeft geen nood aan megalomane, geldzuchtige projectontwikkelaars, maar aan visionaire architecten die voeling hebben met de noden en wensen van de 21ste eeuwse stadsbewoner.

Mijn stad moet open zijn, organisch, zacht, warm en vrouwelijk. Vanzelfsprekend ook verdraagzaam, verdraagzaamheid mag evenwel geen doel op zich zijn, maar eerder een tussenstop naar de interculturele melting pot die, tot spijt van wie het benijdt, over enkele generaties zal ontstaan. Verdraagzaamheid is een negatief geladen begrip, het betekent dat we elkanders aanwezigheid wel verdragen, maar dat we naast elkaar blijven leven.

Mijn wijk, het Rabot, is de laatste jaren geëvolueerd naar een vrij verdraagzame, multiculturele wijk. De verzuringsgraad is er merkelijk afgenomen omdat de xenofobe, misnoegde, oude Belgen die zich niet konden verzoenen met de lijfelijke nabijheid van anderskleurigen en andersdenkenden haast allemaal zijn uitgeweken naar blanke buurten. Hun plaats werd ingenomen door jonge mensen, studenten en gezinnen die er bewust voor gekozen hebben om in een multiculturele buurt te komen wonen.

Maar de weg is nog lang. Tussen elkaar verdragen en met elkaar leven gaapt een diepe kloof. De Bulgaren hebben hun Bulgaarse cafés, de Turken treffen elkaar in hun Turkse theehuizen en de Belgen in hun Belgische frietkoten. De wederzijdse drempelvrees is en blijft groot. Het zal nog een generatie of twee duren vooraleer de kloof tussen de culturen en rassen gedicht is.

Kinderen van diverse nationaliteiten die nu zes, zeven jaar zijn, op een gemengde school zitten, samen spelen, met elkaar opgroeien, maken geen onderscheid tussen autochtoon en allochtoon. De genetische vooroordelen en de achterdocht tegen 'de vreemdeling' die er bij mijn generatie en bij de vorige generaties zit ingebakken, zijn hen totaal vreemd.

Zij zijn onze hoop voor de toekomst.

Lieven Deflandre

 

printervriendelijke versie | nieuwe commentaar toevoegen